Waarom SOS Kinderdorpen mijn hart veroverd heeft

Geen enkel kind mag alleen opgroeien. Dat is het leidmotief van SOS Kinderdorpen, dat dit jaar zijn 70ste verjaardag viert. Uiteraard sta ik erachter dat ze kinderen die opgroeien in moeilijke familiesituaties willen helpen, door de oorspronkelijke familie te versterken, of als dat niet kan door de kinderen op te vangen in kleinschalige, familiale initiatieven. Dat maakt gewoon een wereld van verschil in het leven van zoveel kinderen in binnen- en buitenland. Maar dat is niet alles.

Wat bijvoorbeeld écht het verschil maakt, is dat ze die kinderen niet alleen kleinschalig en familiaal opvangen, maar vooral ook liefdevol. Ze werken vanuit het basisidee dat kinderen liefde nodig hebben om te groeien. Vandaar dat ze het in oorsprong hebben over SOS moeders (en tegenwoordig ook vaders), niet zozeer over opvoeders. SOS ouders die, uiteraard goed omkaderd, zorgen voor verschillende kinderen, zoals in een groot gezin. En die op de gepaste manier en vooral liefdevol en respectvol reageren op de verlangens en behoeftes van die kinderen.

Hoe dat concreet vormgegeven wordt, hangt een beetje af van de situatie, de wetgeving en de mogelijkheden in elk land. Of in België zelfs: in elk landsgedeelte. Zo wordt in Vlaanderen sinds kort volop geëxperimenteerd met héél kleinschalige opvang. Dat gebeurt met zogenaamde Simba-ouders, vaste ouderfiguren die tijdelijk een warme thuis bieden aan 2 tot 4 heel jonge kinderen. Omdat die eerste 3 jaar zo belangrijk zijn. Dit wordt geprofileerd als een pilootproject dat duidelijk de richting aangeeft die ze uitwillen.

Chantevent

En in Wallonië? Een paar maanden geleden had ik het geluk om tijdens een soort opendeurdag het Belgische kinderdorp Chantevent te bezoeken, in de buurt van Marche-en-Famenne. Tegen het eind van mijn bezoek besefte ik dat ik hier geen echte SOS ouders ontmoet had. Het was allemaal nét ietsje groter en professioneler. Wat blijkbaar, als ik het goed begrepen heb, te maken heeft met de Waalse reglementering rond jeugdzorg, die grotere en ‘efficiëntere’ (lees: minder dure) structuren aanmoedigt.

Maar los daarvan viel mij bij mijn bezoek vooral de liefde en warmte op waarmee de begeleiders daar vertelden over de jongeren waarvoor ze zorgden. ‘Hun’ jongeren. Ik moest nog maar ergens een plakkaat met uitleg proberen te lezen, of er was al een enthousiaste medewerker die mij er vanuit zijn of haar ervaring alles over wou vertellen. Ook de ‘ex-jongere’ die er nog geregeld kwam, bleef mij bij. Hij was duidelijk als een populaire grote broer voor de jongeren die er op dat moment verbleven.

Professionele nabijheid

SOS Kinderdorpen wil de opvang in de jeugdzorg in het algemeen ook structureel helpen verbeteren door te inspireren tot zorg vanuit het hart. Daarbij stellen ze ‘professionele nabijheid’ voor als alternatief voor het gangbare ‘professionele afstand’. Geniaal toch? Én een enorm verschil.

Dat is meteen ook de reden waarom ik vaak steiger als mensen met opvoedkundige adviezen aankomen als: ‘Ze moeten leren om niet altijd hun zin te krijgen’ of ‘Als ouder moet je de baas zijn’. Natuurlijk kunnen kinderen niet altijd hun zin krijgen, maar laten we uitgaan van de basisregel: je moet ze graag zien.

Die basishouding vind ik ook terug in een artikel in het laatste herfstmagazine van SOS Kinderdorpen over hoe ze omgaan met crisismomenten en driftbuien bij kinderen. Daarbij wordt uitgegaan van een positieve pedagogie: luisteren, aandacht bieden, respect hebben voor elkaars behoeftes en samen op zoek gaan naar een oplossing, eerder dan een oplossing afdwingen en straffen. Heb ik al verteld dat ik fan ben?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s